Tweewielers

Kennismaking - Tweewielers


Tweewielers

Berini M21 (1958, 49cc)
Op ongeveer mijn zestiende verjaardag had mijn vader deze stokoude Berini georganiseerd bij zijn collega Arends. Die had 'm al jaren ongebruikt in de schuur staan en nu was de Berini voor mij. Meneer Arends was er zuinig op geweest, want de Berini zag er ongelooflijk goed uit en fonkelde met zijn zwart-rood je tegemoet.
Het Pluvier-blok reed "als de brand" en de Berini haalde gemakkelijk een kilometer of zestig per uur. Ik heb er nooit meer sores mee gehad dan een versleten achterrem en dat was ook meteen de grootste ramp die je kon overkomen met een Berini, omdat de achternaaf gevuld was met een soort plaatjes die voor enig remeffect moesten zorgen. Maar één fietsenmaker in het Kampen van weleer kende het systeem (nog) en kon me helpen de boel weer goed in elkaar te krijgen (Kok op de Noordweg).

Met de Berini ben ik 's naar Elspeet gereden en dat was het verste wat ik ooit reed met deze brom.
De foto is gemaakt door mijn toenmalige vriend Theo van der Velde voor het huis van zijn oma aan de Hendrik van Viandenstraat "op Zuid". De vader van Theo kijkt fronsend dor het raam naar het motorgeweld buiten. Daar stond ik een beetje te gassen. Niet teveel, want dan zette de Berini met centrigugaal-koppeling zich in beweging.
De Berini was een eenpersoons-brommer. Er zat een klein bagagerekje achterop, maar het was onmogelijk daar op plaats te nemen. Dat feit, maar ook vanwege de leeftijd en het automaat-karakter van de brom, maakte dat ik uitzag naar wat anders. Een echte stoere jongeman wil natuurlijk een buikschuiver.

 

Honda CD50 (1970, 49cc)
Helemaal zeker weten doe ik het niet, maar ik geloof dat de tip voor deze schittterende bromfiets ook van mijn vader kwam. Een zoon van een collega die aan de auto ging? Er staat me iets bij van 325 gulden, een heel bedrag voor mij destijds.
Niemand had zo'n eigenzinnige Honda die op autobenzine liep en en plofgeluid maakte in plaats van het normale gejank van de normale tweetakters. En een accu had-ie ook, een motor-achtige versnellingsbak met een vrijloop-lampje en je kon 'm aankicken. Ik koos er niet echt voor; de Honda overkwam me.
Het was een geweldige bromfiets, die razendsnel was, erg zuinig en die ook met twee personen op de buddy heerlijk toerde. En dat deed ik dan ook: toeren. Met de Honda heb ik heel wat kilometers gemaakt, zelfs tot Heiloo (een vakantie-tje met Jos) toe. Toen ik naar de PA ging bracht de Honda me heel wat keren op zijn sloffen naar Zwolle.

Echt pech heb ik nooit gehad, maar ik heb wel een keer een akelige salto gemaakt met het scheurijzer. Aan het eind van de Cellesweg, bij het stadspark sloeg ik, plat liggend met 80 op de teller over de kop omdat er een auto/andere bromfiets (ik weet het niet meer) van rechts naderde en ik vol in de remmen ging. Mijn moeder, die ik natuurlijk niks vertelde, hoorde later van een wonder: hoe die onverantwoordelijke rotjongen die salto mortale overleefd had was een mirakel! Ikzelf mankeerde inderdaad niks. Van de Honda wasren een trapper en het stuur krom en de koplamp aan gruzelementen. Een reparatie van pakweg 20 gulden. Pfff, net zoiets als de tandwiel- en kettingset die ik een keer wisselde.
De Bordeaux-rode Honda-CD50 ruilde ik, met en kersvers rijbewijs op mijn 18e, voor mijn eerste auto, een Volkswagen Kever.
Ik heb geen foto's van de Honda. Wel schriften vol enthousiasme (zie afbeelding) en nog een reserve-sleutelset.

 

Kaptein Mobylette (1970, 49cc)
Ik nam 'm over van een meisje uit de Lange Akkers in Dodewaard voor weinig en had 'm nodig in mijn "arme periode". Ik werkte op de Lagere Agrarische School in Rhenen en moest daarheen natuurlijk. Het autoscenario en de kas waren dermate belabberd, dat bromfietsvervoer uitkomst bieden moest. Met de Mobylette raasde ik een barre winter op-en-neer naar de Rhenense school, boven op de berg, met een pyama-broek onder mijn gewone broek en een dikke krant voor mijn borstkas. oh, wat had ik het koud.
De Mobylette kwam met enige moeite de Rijnbrug en daarna met veel moeite de Rhenense berg op. Naar beneden ging een stuk beter en was zelfs eng, vooral onderaan de berg waar de steile weg een drukke doorgaande weg kruist. Ik was blij dat de baan in Rhenen voorbij was en ik van de Mobylette afscheid nemen kon. Iemand kocht 'm speciaal voor de bobine, een schaarste-artikel voor Mobyletjes.

 

Zundapp GS50 (1973, 49cc) heb ik nog
Deze groene Zundapp met geforceerde koeling kocht ik van Richard uit Veenendaal, een collega die bij de Recticel werkte. Richard verloor met het bezit van de Zundapp het allerlaatste beetje aantrekkelijkheid - wat een zelfingenomen gehaktbal was dat.
Ik had de Zundapp niet (meteen) nodig, maar het Mobylette-avontuur had ik nog in mijn geheugen: je kon nooit weten waar ik een volgend baantje vond en het autoscenario was ongewijzigd bedroevend: de een(d) na de andere kwam en om de zaterdag lag ik in het grind te sleutelen om een volgend probleem te verhelpen.
Richard had zijn GS50 goed onderhouden en Zundapps hadden een imago van onverslijtbaarheid. Voor honderd gulden was de groene Zundapp van mij.
In Dodewaard heeft-ie jaren en jaren erg in de weg in de knutselschuur gestaan en na de bouw van een nieuwe schuur ergenis opgeleverd in een overvolle fietsenschuur (racefietsen, gewone fietsen, kinderfietsjes, bolderwagen en-dan-ook-nog-een-brommer-waar-je-niks-mee-doet!) Maar de Zundapp bleef en verhuisde tenslotte naar Frankrijk om er brood bij de bakker mee te halen.
Daar staat hij nu nog steeds (zie foto), met zijn verzekeringsplaatje uit 1974. Ik gebruik 'm zelden.

In mei 2006 startte de Zundapp niet. Ik wilde graag rijden, maar was zo dom geweest de sleutels van de GS400 in Nederland te laten. Dus moest en zou de Zundapp lopen! Het bleek dat de hele carborateur en de tankbodem vol prut zat. En toen alles piekfijn schoon was, deed-ie het nog niet. Hoe is het mogelijk: ook de bougie vonkte niet. Uiteindelijk kon ik rijden op een ....2CV-bougie!

 

Motocomfort (1949, 50cc) heb ik nog
Met René "onderstammetjes halen" in Bordeaux. Ach je neemt nog eens wat mee. Hij wat radio's en een levensechte granaat, ik die brommer. De man op de vlooienmarkt wilde er van af en voor 20 Frank, iets meer dan 3 euro, verwisselde de Motoconfort van eigenaar. Aan ruimte geen gebrek in de gehuurde kampeerbus, maar die brom stond toch wel een beetje in de weg. Niet erg, want de radio's en de bom van René, de verschillende jerrycans voor goedkope Luxemburgse benzine en belachelijk veel bagage maakten een beetje wonen in de kampeerbus onmogelijk.Ook jammer dat de trapper van de Motocomfort zo'n vette deuk in de koelkastdeur maakte. Dat kon er wel bij, want de modderzooi van René, de benzinemeur, de olievlekken en allerhande rotzooi maakten de kampeerauto voor verder gebruik in het seizoen toch ook ongeschikt - fijn zo'n all-in-verzekering.

De Motocomfort stond vele jaren in de hooischuur in Dodewaard. Onzichtbaar en onbereikbaar, behalve voor de kippen die er op sliepen. Bij een opruimingsactie kwam de in brommertjes geïnteresseerde zoon Tijmen van mijn kameraad Dolf langs en zag de Motocomfort. Hij wilde 'm wel opknappen.
Ik had toen zelf al de vastgelopen motor weer vrij gemaakt en nieuwe banden gevonden bij een fietsenmaker in ruste in Doorwerth. Tijmen spoot de Motocomfort over en maakte alles gangbaar voor een honorarium van vijftig gulden. Hij heeft er lang over gedaan, maar tenslote kwam Tijmen toch rijdend op de Motocomfort aan!
De Motocomfort is ontwikkeld voor gebruik op het uitgestorven Franse platteland. Er zit namelijk geen koppeling op; je fietst 'm op gang en even stilstaan = motortje uit. Dat is in het drukke stadsverkeer geen doen.
Via de garagebox voor opslag in Dordt, belandde de bromfiets in Breda. Daar heb ik er in april 2005 nog een stukje mee gereden!

 

Suzuki GS400 (1982, 398cc) heb ik nog
Toen ik in Arnhem werkte, werd ik ziek van de files in Arnhem-Noord. Ook onder het carpoolen(met Dolf en Hans) wilde ik wel eens uit. Een motorfiets zou een uitkomst zijn. Maar daarvoor was natuurlijk wel eerst een rijbewijs nodig. Dat rijbewijs heb ik niet even soepeltjes gehaald: ik deed er drie keer over.
Tenslotte kon ik mezelf toch op een "fiets" tracteren; het werd een Suzuki GS400. Een kleine motor, maar voor die tijd heel gewoon. Dolf bijvoorbeeld, reed soms op een 250cc Honda en vriend Leo had een 450cc. Ik zat met mijn 400cc dus niet slecht.
Het motorrijden vond ik meteen al heerlijk. Ik ben geen wegpiraat en rij niet veel harder dan 120. Ook met de auto hou ik me braaf aan de snelheidsregels trouwens; ik pruttel in een slakkengangetje vooruit. Het leukste was 's avonds een rondje knorren. Zomaar nergens heen. Vanuit het dijkhuis in Dodewaard ging ik dan dikwijls bij Rhenen de brug over, reed over de Grebbeberg, nam de Rijndijk en bij Opheusden of bij Zetten het pontje terug. Zo'n stukje is al genoeg om even uit te waaien en bij te komen.

In Dordt stond de Suzuki in het inpandige fietsenhok. Dat vond Anke niks en als ik er op uit trok voor een rondje, was ze in alle staten. Niet alleen was het zonde van de nutteloze kilometers, maar bovenal vond ze motorrijden erg gevaarlijk. Ze is nooit achterop gaan zitten. En natuurlijk moest de Zoek buiten afkoelen en uitwasemen, anders kon het zijn dat je binnen wat -die heerlijke motorgeur- rook.
In Breda kon de motor met grote moeite en heen en weer steken de achterom nemen om 'm in de schuur te zetten. Niet aantrekkelijk om 's avonds even een rondje te maken. Ik wilde graag een garage kopen, maar niet aan de andere kant van de stad. Eentje dichtbij kon lang duren...
Daarom, maar ook omdat de Suzuki inmiddels een oldtimer is geworden, heb ik 'm naar Frankrijk gereden. Daar heb ik nu tegen lage jaarlijkse kosten een motortje en dat is daar echt genieten. Die tocht naar Frankrijk maakte ik in augustus 2004 en de rit viel me alles mee. Ik heb geen zadelpijn opgelopen, geen krampjes gekregen en de Suzuki deed het feilloos. Klein minpuntje: stromende regen op dag-één bezorgde me vreselijke jeuk aan mijn natte billen....
Op het filmpje rijdt zoonlief Sven een rondje rond het huis in Frankrijk met mijn ouwe trouwe Suzuki GS400.
(klik op de oogjes om het fragment van 2,3 MB te starten).

 

Suzuki Marauder 800VZ (2001, 802cc) heb ik nog
In april 2005 kocht ik "om de hoek" een garage en dus stond het licht op groen voor een motorfiets. Even heb ik er aan gedacht om de oude Zoek uit Frankrijk op te halen, maar laat die daar toch maar lekker (nog) oud(er) worden en heel blijven. Een neuwe moest er dus komen.
Aanvankelijk was ik uit op een Yamaha Dragstar, maar na een proefrit kwam ik daar gebroken af. Ik heb te lange benen voor een Dragstar. Ook viel me het remvermogen tegen. Vervolgens focusde ik op een Kawasaki Vulcan - die bleek te ingewikkeld, te duur in brandstof en onderdelen. Zo kwam ik (weer) bij Suzuki uit.
Ik maakte een proefrit op een Intruder 1500 uit 2002, maar vond dat geen geweldige ervaring; wat een lomp ding (giga-draaicirkel), de versnelkracht viel me tegen en remmen was ook al niet fantastisch. Even voor de rit op de Intruder had ik een 800cc Marauder geprobeerd. De keus was snel gemaakt: de Marauder dus.
Een Marauder is lekker pittig, wendbaar, zuinig en eigenlijk de grotere op-, op-, opvolger van de GS400. Hij ziet er goed uit en ik zit er goed op.
Op de foto zie je Marauder geparkeerd voor mijn huis in Breda..

Mijn fijne Marauder heeft mijn ideale kleurencombinatie, namelijk zwart met zilver. Aan tasjes en franjes doe ik niet. Het is een Belgische import-motor, omdat de 800cc-versie in Nederland niet standaard geleverd wordt. In Nederland wordt alleen de een-cilinder 250cc-versie verkocht.
De Marauder staat in mijn garage achter het huis. Daar staat ook de Suzuki Savage van (zoon) Sven.
Op een filmpje doen we een "soundcheck"....
(klik op de oogjes om het fragment van 2,9 MB te starten).

 

Chang Jiang 750 -zijspan (1963, 750 cc) moet nog op kenteken
Ben ik nou motorgek? Bij de motorcollectie ontbrak nog een zijspan-motor. En een echte oldtimer met wat vermogen had ik ook niet. Eind 2005 kreeg ik het plan via de broer van Wil uit India antieke motoren te importeren.
Tijdens het zoeken naar transport- en invoermogelijkheden, kwam ik de Chinese uitvoering van de klassieke BMW R71 tegen, een model uit 1938. In China zijn dergelijke motoren bij duizenden voor het Rode Leger gebouwd. Ik vond maatjes die ook interesse hadden in de import van zo'n Chang Jiang en het is er echt van gekomen! Ik kreeg'm september 2006!
Benieuwd naar de Chang Jiang? Klik door naar de Chang Jiang -pagina....

 

Ural M72 -zijspan (1952, 750 cc) gebruik ik in Ede
Terwijl de Chang Jiang zonder kenteken in zijn garage in Breda stond, wilde ik z graag rijden met een BMW-look-a-like. Die kans kwam voorbij en ik liet 'm niet gaan. Sinds september 2007 ben ik de gelukkige eigenaar van een Ural M72.
Benieuwd naar de Ural? Klik door naar de Ural-pagina....

Klik hier om terug te gaan naar de pagina Kennismaking